Tomaat

 


 

De tomaat is eigenlijk een meerjarige plant, maar kwekers gebruiken hem als eenjarig. Ook in Nederland kun je prima tomaten kweken: in de zomer buiten, het jaar rond in een kweektent of op een kamer waar veel licht naar binnen schijnt.

 

 

Over tomaten

De tomaat is niet zo maar een vrucht. De tomaat heeft fans, liefhebbers die tientallen soorten alleen al op het oog herkennen en volop genieten van de verschillende smaken. De stof lycopeen geeft tomaten de rode kleur. Een bijzonder gezonde voedingsstof, die helpt om bepaalde vormen van kanker, hart- en vaatziekten te voorkomen.

 

Cherrytomaten kweken

De mini-cherrytomaat Minibel (Solanum lycopersicum cv), is een tomatenras dat een overvloed geeft aan kleine, zoete tomaatjes. Deze snel vertakkende plant groeit tot zo’n dertig à veertig centimeter en voelt zich daardoor prima in een pot.

 

Planning en substraat

Bij het ras Minibel duurt het vanaf het zaaien zo’n tien weken tot je kunt oogsten. Deze plant is geschikt om thuis te kweken. Binnen of buiten, in een kweektent, in de tuin of op het balkon. De cherrytomaat Minibel is geschikt om te kweken op potgrond, kokosgruis, steenwol en hydrocultuur.

 

Cherrytomaten zaaien en ontkiemen

Gebruik voor het zaaien van cherrytomaten goede zaaigrond. Deze kun je zelf maken door drie delen potgrond te mengen met een deel zand. Als je een optimale zaaigrond wilt gebruiken, kies dan CANNA Terra Seedmix. Vul een afdekbare zaaibak met deze grond. Bevochtig de grond en laat deze acclimatiseren bij een temperatuur van ongeveer 20°C.

Verdeel het zaad van de cherrytomaten over de zaaibak, vul deze af met maximaal een halve centimeter zaaigrond of Seedmix en dek de bak af met bijvoorbeeld een plastic deksel of glasplaat. Hiermee houd je de temperatuur vast en voorkom je uitdroging. Lucht de grond overdag af en toe even door de afdekplaat op een kier te zetten, bijvoorbeeld door een stokje onder de plaat te leggen.

Gebruik je een kweektent, dan kun je hierin zaaien. Pas op met het licht, want als het te fel is zullen jonge plantjes verbranden of uitdrogen.

 

Zaailingen verplaatsen

Zo’n veertien dagen na het zaaien verschijnt het eerste bladpaar (zie afbeelding). Nu kun je de jonge tomatenplantjes verplaatsen van de zaaibak naar een eigen pot (dit noemen we verspenen). Het best kun je ze zetten in potten met een inhoud van 1,5 liter en een diameter van twaalf centimeter. Vul deze potten met een hoogwaardig substraat: CANNA Terra Professional, Terra Professional Plus of Coco. Als je biologisch wilt telen, gebruik je gecertificeerde potgrond als BIOCANNA Bio Terra Plus.

 

Overzetten naar grote pot

Ongeveer twee tot drie weken na het verspenen is het tijd om je plant op te potten. Je zet de plant een een grotere pot, met een inhoud van drie tot zes liter. Zo staan de tomatenplanten stevig en hebben ze een adequate vochtbuffer.

 

Dieven, opbinden en snoeien

Als de plant zo’n zes zijtakken heeft, verwijder je de top. De uitlopers in de oksels van de bladeren neem je zo veel mogelijk weg (dit noemen we dieven). Als de plant gaat hangen, zorg je met stokken en clips voor steun. Zo voorkom je dat de takken afbreken door het gewicht van de vruchten. Takken die te ver uitsteken kun je afknippen. Vanuit een bladoksel groeit de tomatenplant dan weer uit. Wanneer de plant erg compact is, kunnen de onderste bladeren verwijderd worden. De tomaten kleuren ook beter af als ze in het licht hangen.

 

Bloemen bestuiven

De tomatenplant maakt alleen vruchten aan als de bloemen bestoven zijn. Dit kan op de natuurlijke manier (door bijen of hommels), maar je kunt de natuur ook een handje helpen door tegen de bloemtakken te tikken of met een kwastje langs de meeldraden en stampers te gaan.

 

Temperatuur, licht en luchtvochtigheid

Van origine is de tomaat een tropische plant. Hij groeit het best bij een dagtemperatuur van zo’n 25°C en een nachttemperatuur van zo’n 20°C. ‘s Nachts mag de temperatuur niet onder de 16°C komen. Voor een goede ontwikkeling heeft de tomatenplant veertien uur licht per dag nodig. De ideale relatieve luchtvochtigheid (RV) ligt op 70%. In een kweektent ligt de RV meestal wat lager, rond de 45%. Een klein laagje water op de grond of een vernevelaar kan helpen om deze te verhogen.

 

Ziekten en plagen

Rouwmuggen (turfvliegjes) komen in vrijwel elk substraat voor, maar deze zijn voor de tomatenplant onschadelijk en verdwijnen vanzelf. Sommige planten hebben last van witte vlieg, bladluis of andere ziektes en plagen. Bestrijd deze zo snel mogelijk met CANNACURE om te voorkomen dat de plaag zich uitbreidt.

 

Trostomaat kweken

De mini-trostomaat Yellow Pear (Solanum lycopersicum cv) is een tomatenras dat kleine, zoete tomaatjes geeft. Het bijzondere aan dit ras is dat de vruchtjes geel zijn en de vorm van een peer hebben. Deze plant kan erg hoog groeien en is daarom minder geschikt voor kweek in een pot. Deze trostomaat zul je regelmatig moeten dieven en knippen.

 

Planning en kweekmethode

Het proces van zaaien tot oogsten duurt bij de Yellow Pear zo’n acht weken. De gele trostomaat is geschikt voor kweek op potgrond, kokosgruis, steenwol en hydrocultuur. Voor elk van deze kweekmethodes heeft CANNA gespecialiseerde productlijnen ontwikkeld.

 

Trostomaten zaaien en ontkiemen

Laat de zaadjes van de trostomaten ontkiemen op goede zaaigrond. Deze kun je zelf maken van drie delen potgrond en een deel zand. CANNA Terra Seedmix is een kant-en-klare zaaigrond. Vul een zaaibak en bevochtig de grond. Laat deze grond acclimatiseren bij een temperatuur van zo’n 20°C.

Om de trostomaten te zaaien, verdeel je het zaad gelijkmatig over de grond en dek je het af met een laag zaaigrond van maximaal een halve centimeter. Dek de bak af met een plastic deksel of een glasplaat, zodat de warmte en het vocht behouden blijven. Zet overdag af en toe de deksel op een kier om de bak te laten luchten.

Gebruik je een kweektent, dan kun je direct daarin zaaien. Pas wel op met het licht. Als het te fel is kunnen de jonge plantjes uitdrogen of zelfs verbranden.

 

Zaailingen verplaatsen

Wanneer het eerste bladpaar verschijnt (zie afbeelding), zo’n veertien dagen na het zaaien, is het tijd om de zaailingen te verplaatsen naar een grotere pot (verspenen). Zet de plantjes in potten van 1,5 liter en een diameter van twaalf centimeter, gevuld met een hoogwaardig substraat als Canna Terra Professional, Terra Professional Plus of Canna Coco. Ga je voor biologische teelt, kies dan voor gecertificeerde potgrond zoals BIOCANNA Bio Terra Plus.

 

Overplaatsen naar grotere pot

De Yellow Pear tomaat mag ongeveer twee tot drie weken na het verspenen naar een grotere pot overgezet worden. Kies voor potten van zo’n drie tot zes liter groot. Deze geven de planten voldoende steun en een vochtbuffer die groot genoeg is voor de resterende duur van de teelt.

 

Dieven, opbinden en snoeien

Na ongeveer zes zijtakken verwijder je de top uit de plant. De uitlopers in de oksels van de bladeren neem je zo veel mogelijk weg (dit noemen we dieven). Hangende uitlopers ondersteun je met clips en stokken. Zo blijft de plant in vorm en voorkom je dat takken breken. Takken die te ver uitsteken kun je afknippen. De tomatenplant zal dan vanuit een bladoksel verder uitlopen. Bij een compacte plant kan het voorkomen dat tomaten in de schaduw van de onderste bladeren hangen. De tomaten kleuren beter af als je deze bladeren verwijderd.

 

Bloemen bestuiven

Voordat de tomatenplant vruchten aanmaakt, moeten de bloemen bestoven worden. Dat kan op de natuurlijke manier (door bezoek van bijen of hommels), maar het kan ook door tegen de bloemtakken te tikken of door met een kwastje langs de meeldraden en stampers te strijken.

 

Temperatuur, licht en luchtvochtigheid

De tomaat groeit van origine in een tropisch klimaat. Hij voelt zich thuis bij een dagtemperatuur van zo’n 25°C en een nachttemperatuur van zo’n 20°C. ‘s Nachts mag de temperatuur niet lager dan 16°C zijn. De tomatenplant heeft veertien uur licht per dag nodig om goed te groeien. De ideale relatieve luchtvochtigheid (RV) ligt op 70%. In een kweektent kom je meestal uit op een RV van 40 tot 50%. Met een klein laagje water op de grond of een vernevelaar kun je deze verhogen.

 

Ziekten en plagen

Rouwmuggen (turfvliegjes) komen vrijwel altijd voor in het substraat, maar deze zijn voor de plant onschadelijk en zullen vanzelf verdwijnen. Sommige planten kunnen last hebben van witte vlieg, bladluis en een aantal andere ziektes en plagen. Deze kun je op milieuvriendelijke wijze voorkomen en tegengaan met CANNACURE.


 

 

 


 

 KLIK HIER VOOR MIJN MOVIE SITE

Vergeet niet om een reactie achter te laten bij mijn movie en laat de banner en reclame staan.

Dan kom ik een paar dagen later uw youtube kanaal bekijken, zodra ik een update zie in mijn stats.