Paprika

 

 

Het zijn misschien niet de eerste planten waar je aan denkt om te kweken, omdat ze niet zo makkelijk zijn. Maar, met een beetje geduld kunnen op elk terras en balkon paprika’s en pepers geteeld worden. Al was het alleen al om hun vrolijke kleuren.

 


 

Paprika’s en pepers

Paprika’s en pepers zijn aan elkaar verwant en dragen dan ook dezelfde familienaam Capsicum. Om deze reden kunnen ze in principe op dezelfde wijze gezaaid en gekweekt worden. Je hebt drie soorten: geblokte paprika’s, puntpaprika’s en pepers.

 

Geblokte paprika’s

  • Groene hebben een verse, beetje rauwe smaak
  • Rode zijn uitgerijpt en zoeter
  • Gele en oranje zijn ook uitgerijpt, maar zijn minder zoet dan de rode

 

Puntpaprika’s

  • De gele en rode puntpaprika’s verschillen niet veel van smaak

 

Pepers

  • De bekendste zijn de rode en groene lombokpepers
  • Kleiner en scherper zijn de cayennepepers
  • Klein, dun en zeer heet zijn de rawits
  • Verse rode zijn meestal twee tot drie keer heter dan verse groene

 

Paprika en peper zaaien

Paprika’s en pepers zijn planten die warmte nodig hebben. De zaden van deze planten moeten zelfs voor het zaaien al op temperatuur zijn. Het best is om begin maart te zaaien. Natuurlijk kun je ook direct volgroeide planten kopen.

  1. Meng vier delen potgrond en één deel scherp zand.
  2. Leg de zaden en de stekgrond een dag van te voren in een verwarmde kamer.
  3. Maak de grond goed vochtig en leg er de zaden bovenop.
  4. Geef lauwwarm water, strooi er een dun laagje zand over en dek het geheel af met een glasplaat of gebruik een plastic kweek- of broeikasje.
  5. Plaats op de vensterbank of boven de radiator bij een temperatuur van 20-25 °C.
  6. Zodra de eerste groene sprietjes zichtbaar worden, gaat de glasplaat eraf.
  7. Geef af en toe water met een verstuiver of plantenspuit.
  8. Na ongeveer tien weken kun je de planten buiten uitplanten in een pot. Wacht hiermee tot eind mei (na IJsheiligen) en het liefst tot begin juni.

Uitplanten in pot

Je kunt paprika’s en pepers het best uitplanten in een pot. Op die manier kun je ze makkelijk mee verplaatsen met de zon. De planten hebben namelijk niet alleen tijdens het opgroeien warmte nodig. Ze staan het liefst op een zonnige beschutte plek.

  1. Neem een ruime pot van ongeveer 15 liter.
  2. Zet drie planten in de pot, op dezelfde afstand van elkaar en zo dicht mogelijk bij de potrand.
  3. Zet de pot liefst in de buurt van een zonnige bakstenen muur op het zuiden: de stenen geven ‘s avonds nog aardig wat warmte af.
  4. Verwijder altijd het eerste bloemetje dat aan de plant groeit, zo krijg je later een betere oogst.
  5. Na vier tot zes weken moet je de grond elke week bemesten. Doe dat met vloeibare meststof voor bloeiende kamerplanten of meststoffen voor bloembakken en kuipplanten

 

Oogsten

Paprika’s en pepers zijn plukrijp als je het vruchtvlees niet meer kunt induwen. Daarnaast moeten de paprika’s volledig geel, donkergroen, rood of oranje gekleurd zijn. Snijd een blokpaprika met een scherp mes af in de verdikking waarmee die aan de plant hangt. Puntpaprika’s en pepers hebben die verdikking niet en kunnen het best met behoud van een zo lang mogelijk steeltje worden afgesneden.

 

Paprika planten of zaden kopen

Je kunt veel soorten zaden en planten kopen. Laat je hierin goed adviseren en let bij pepers ook op hoe heet ze zijn. Volgroeide planten zijn verkrijgbaar bij goedgesorteerde tuincentra, zoals Boerenbond en Welkoop. Je kunt ook eens kijken op kwekerijdagen, kijk in de agenda wanneer die plaatsvinden. Als je volgroeide planten koopt neem dan zo groot mogelijke, want die zijn sneller oogstbaar.

 

 

Eigenlijk is dit vooral aan te raden als je een kas of verwarmde serre hebt want de planten zijn niet zo geschikt voor ons wisselvallige klimaat. Wind, regenperiodes en vooral de temperatuurschommelingen zorgen ervoor dat je ze beter niet buiten kunt uitplanten, tenzij je ze heel beschut kunt wegzetten. Heb je geen kas, dan kun je ook in emmers kweken. Een voordeel is, dat je die buiten kunt zetten als het weer het toelaat. Een paar dingen kun je in de gaten houden:

 

1. de temperatuur

De temperatuur is heel belangrijk. De zaden kiemen bij een temperatuur tussen de 22-25 graden. In de vensterbak is dat geen probleem meestal. Tot het verspenen houden we de temperatuur tussen de 20-23 graden en daarna moet het steeds tussen de 16 graden ‘s nachts en 22 graden overdag blijven.
Dat klinkt heel lastig als je geen kas hebt. Trouwens, met die kas is het ook uitkijken. Niet te vroeg uitplanten als de grond nog te koud is, want dan krijgen ze voetrot of een groeistilstand. Meestal plant men na 1 mei de jonge plant in de kas uit.
Wij deden het zo: opkweken in de vensterbank. Bij slecht weer (regen begin mei) staan ze daar warm genoeg. Bij mooi weer wordt het daar ‘s middags te warm (vast hoger dan 25 graden). Je ziet je plantjes dan helemaal slap gaan hangen. Zodra de volle zon daar ‘s middags komt en het te warm wordt, verhuizen de planten naar de bijkeuken waar het koeler en schaduwrijker is of we zetten ze buiten onder de parasol. Het mag dan niet te hard waaien (kunnen ze niet tegen) en ze mogen ook niet in de volle zon (gaan ze ook slap hangen). Tot op heden gaat het goed, maar het is eigenlijk een echte kasplant.

2. Grond en bemesting

Zaaien gebeurt in een mengsel van 4 delen potgrond en 1 deel mager zand. Wij namen zelf potgrond en daar staan ze nog steeds in. Dat gaat ook dus. Als je niet te dik zaait, kun je het verspenen zo lang mogelijk uitstellen, Bij ons duurde het lang voor het zaad opkwam en het lukte zeker niet allemaal. Dat schijnt normaal te zijn. Bij ideale omstandigheden komt 70 % van het zaad ongeveer op. Vanaf maart kun je ze al zaaien, binnenshuis natuurlijk.

Verspenen gebeurt in gewone potgrond en pas als het eerste bloempje verschijnt, mogen de planten de kas in, mits de grond tot 15 graden is opgewarmd. In de kas worden ongeveer 3 planten per vierkante meter uitgeplant. Je kunt dus ook in potten of emmers kweken en het beste is dan een mengsel van 2/3 potgrond en 1/3 turf. Let er bij het overplanten steeds op dat je de kiembladeren boven de grond houdt, anders krijgen ze last van schimmels en voetrot.

Qua bemesting is er veel overeenkomst met tomatenplanten. Ook voor paprika’s zijn voldoende stikstof en kalium belangrijk. Er moet daarbij een juiste verhouding tussen stikstof, kalium en magnesium zijn om de planten gezond te houden en tevens voor goede vruchten te zorgen. Teveel stikstof veroorzaakt een te weelderige bladgroei en dat gaat ten koste van de vruchten.
Het is dus zaak om de juiste meststof te gebruiken. Een NPK-verhouding van 12+8+18 is belangrijk (12 delen stikstof, 8 delen fosfor en 18 delen kalium). Dit is als samengestelde meststof te koop en je kunt er de kasgrond vooraf mee bemesten. Er wordt ook bekalkt, dit kun je ook vooraf doen maar niet tegelijk met de andere meststof. Daarna zul je tijdens de groei en vruchtafzetting ook regelmatig moeten bijmesten. Dit kan in het gietwater.
Wie in potten kweekt, kan sowieso vloeibare meststof gebruiken in het gietwater. Kies een kaliumrijke meststof en gebruik daarvan ongeveer 2 gram per liter gietwater steeds als je de planten water geeft. Pokon voldoet niet, die heeft te weinig en niet de juiste verhouding van de meststoffen. Maar als je kunt de kaliumrijke meststof in elk geval ook voor je tomatenplanten gebruiken, dus da’s mooi meegenomen.


 

 KLIK HIER VOOR MIJN MOVIE SITE

Vergeet niet om een reactie achter te laten bij mijn movie en laat de banner en reclame staan.

Dan kom ik een paar dagen later uw youtube kanaal bekijken, zodra ik een update zie in mijn stats.